Skip to content

Over Meatball

En dan word je zomaar op een zonnige maandagmorgen in Den Haag geconfronteerd met een ‘klein producentencollectief dat werk levert dat zijn weerga niet kent. Meatball: Rien Hagen, Cesar Messemaker, Jan Blom en Olga Smits. Vier mensen die eerst videokunst en later filmkunst produceren met een heel bijzonder karakter. HET INSECT, MONAS PLEN, NEW YORK BATAVIA, DE ZEE VERDWIJNT ACHTER DE HORIZON, DUTCH MOVES, om een paar producties te noemen. De titels alleen al. Fantasie, experiment, onafhankelijkheid. Dat zijn trefwoorden die van toepassing zijn.

Aldus journaliste Helene Weijel over het Haagse film- en videoproducent Meatball in een artikel in de Filmkrant van 1990. Meatball was opgericht als videocollectief in 1972. Het jaar daarvoor was op de Firato de videorecorder en -cassette geïntroduceerd, het begin van de ‘massaficatie’ van het audiovisuele aanbod. Rien Hagen, één van de drie oprichters van het collectief schreef in dat verband:

Macht wordt niet langer bepaald door grondbezit, arbeid of kapitaal, maar door de mate van toegang tot informatie en de middelen om die te verspreiden. Zolang de middelen in handen blijven van de mensen, die ze op dit moment gebruiken kan er geen alternatieve culturele visie ontstaan, tenzij wij informatievormen ontwerpen, die de bestaande hervormen en verbeteren.

Behalve een commerciële toepassing zou video een rol moeten spelen in de democratisering van de media en Meatball wilde daar graag een bijdrage aan leveren. Dat is gelukt. Eén van de eerste producties was IN EEN KOPJE KOFFIE ZIT ZOVEEL. Het onderwerp van deze zwart-wit videofilm was een woonwijk in Den Haag die niet was opgewassen tegen de vergrijzing van de bewoners. De wereld van de ouderen wordt steeds kleiner en lijkt uiteindelijk nog bijna alleen uit dat kopje koffie te bestaan. Gewone mensen staan centraal, en dat was nieuw voor die tijd. Een dramaserie voor de VPRO met veelal amateurs volgde. Het idee ontstond in een jongerencentrum en de jongeren schreven zelf een script, gebaseerd op gebeurtenissen die ze zelf hadden meegemaakt. Vele videoproducties volgden, vaak met een Haags karakter, maar er werd ook in Parijs en bijvoorbeeld Suriname gefilmd.

Maatschappij en kunst

Naast maatschappelijk relevante thema’s als stadsvernieuwing, werkgelegenheid en bijvoorbeeld klassejustitie heeft Meatball ook veel producties gewijd aan kunst en kunstenaars. En dat altijd volgens de zogenaamde Meatball-methode, waarbij de bedachte grenzen tussen documentaire, drama en speelfilm zoveel mogelijk worden overschreden en waarbij, op een enkele beroepsacteur na, de meeste mensen in de Meatball producties de rol spelen die zij ook in het dagelijks leven gewend zijn te spelen, zoals bijvoorbeeld de Haagse jongeren en de advocaten en rechter in TUIG.

Zo’n 120 videoproducties werden er in de eerste tien jaar van Meatball’s bestaan gemaakt. Den Haag speelde vaak een belangrijke rol: wat betreft locaties en taalgebruik, de roots van de makers, maar meer nog in relatie met de plaatselijke politiek. Woningnood, de krakerscène, armoede, hangjongeren, welzijnswerk, werkloosheid, inspraak van de bevolking op de politiek, enz. waren onderwerpen die Meatball regelmatig in de videoproducties in die jaren aansneed, soms in de vorm van wijkjournaals, zoals die voor De Groene Eland.

Na de eerste tien jaar zou Meatball steeds meer opdrachten vanuit de omroepen krijgen, de VPRO voorop, en vanaf begin jaren tachtig werd naast video ook steeds vaker film als medium ingezet, om artistieke of technische redenen. Van videocollectief veranderde Meatball in een video- en filmproductiehuis.

Om video een podium te geven bedacht Rien Hagen Het Kijkhuis. Het moest een plek worden waar video, naast andere kunstvormen, gezien kon worden. In 1975 werd Het Kijkhuis aan het Noordeinde geopend, enkele jaren later – in 1982 – zou daar het eerste World Wide Video Festival plaatsvinden. In 1981 werd min of meer als tegenhanger van Het Kijkhuis, op initiatief van de gemeente, het Filmhuis aan de Denneweg gevestigd. Rien Hagen werd er in 1990 directeur. (Dat zou hij overigens blijven totdat hij in 2001 directeur van het Nederlandse Filmmuseum werd.)

Twaalf van de twintig jaar dat Meatball heeft bestaan was er susbsidie van de gemeente Den Haag. In de andere acht jaar, aan het begin en eind, ontbrak die basis. Maar ook toen die subsidie er wel was, kon een project alleen tot stand komen met al dan niet aanvullend televisiegeld, projectsubsidies van fondsen of in opdracht. Veel projecten haalden het niet vanwege te weinig financiële steun. Een paar maanden na het twintigjarig jubleum in 1992 en twee maanden voor de opening van het nieuwe filmhuis (maart 1993) aan het Spui werd Meatball, op eigen verzoek, failliet verklaard.


Abonneer op de nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven van activiteiten in het Film in Den Haag jaar? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief